Intervaltraining

 

 

 

Inleiding
   
· Intervaltraining bestaat uit snellere stukken die worden afgewisseld door een pauze die actief (heel rustig wandelen) wordt doorgebracht.
· De genoemde % zijn percentages van de anaërobe drempel.
· De anaërobe drempel is ongeveer: 80 % (beginners) tot 90 % (gevorderden) van de maximale hartslag. Voor meer informatie: Trainen met Hartslagmeter.
· Er bestaat niet echt een speciaal intervalprogramma per wandelafstand. Wel kan je rekening houden met de afstand: leg bij de 10 km wat meer de nadruk op korter interval en doe bij de 50 km wat langere stukken. Belangrijk is dat je voor veel afwisseling zorgt. Doe bijvoorbeeld de ene week 3 x 20 min (10) en de week daarop 10 x 5 (2) minuten.
   
· De pauze moet bij intervaltraining actief worden doorgebracht, omdat anders de verschillende processen op rustniveau teruggekeerd zijn en moeten daarom eerst weer worden opgestart, waardoor een deel van het trainingseffect verloren gaat.
   
· Om intervaltraining efficiënt te maken is een goed uithoudingsvermogen nodig. Beginners kunnen daarom beter het eerste halfjaar geen intervaltraining doen, maar eerst het uithoudingsvermogen verbeteren.
   
· Inspanningstijd:rustverhouding (bijvoorbeeld 1:0,5) betekent dat de pauze de helft is van de inspanningstijd.
· Wanneer er bij intervaltraining bijvoorbeeld 3 x 10 min (5) staat betekend dat je na elke interval van 10 minuten je 5 minuten rustig moet wandelen.
 
· Voor trainingstabellen: Intervaltabel.
   
   
Onderverdeling
   
· Extensief:
95% en 100%
   
· Intensief:
105% en 110%
   
   
Hoe
   
· Extensief:
Groot aantal herhalingen in een submaximale belasting.
Hartslag: 10,20 lager dan bij intensief.
Pauze: Actief doorbrengen: heel rustig wandelen.
Kort: 1 minuut.
Lang: Inspanningstijd:rustverhouding 1:0,5
  Weer beginnen bij een hartslag van 130,120.
   
· Intensief:
Beperkt aantal herhalingen in een hoog tempo.
Hartslag: bij een goed getrainde 155 en hoger.
Pauze: Actief doorbrengen: heel rustig wandelen.
  Kort:  2 minuten.
  Lang: Inspanningstijd:rustverhouding 1:2
Weer beginnen bij een hartslag van 110,100.
   
Effecten intervaltraining
   
· Extensief:
Deze vorm van intervaltraining komt qua effect grotendeels overeen met de duurtrainingen in tempo 3. Het verschil is dat de hartfunctie en spierkracht extra meegetraind wordt. De vorming van melkzuur is nog beperkt. Toename glycogeen voorraad, door supercompensatie.
Samengevat:
· Verhoging van de maximale zuurstofopname.
· Verhoging van de anaërobe drempel.
· Aërobe uithoudingsvermogen.
· Training koolhydraatstofwisseling.
· Hartfunctie.
· Spierkracht.
· Toename glycogeenvoorraad.
   
· Intensief:
Zelfde effecten als extensief; met het verschil dat de trainingsprikkel extra groot is en het anaërobe systeem meer getraind wordt. Omdat het melkzuurgehalte boven de 6 mmol/l komt heeft deze training een nadelig effect voor het aërobe uithoudingsvermogen. Je dient daarom voorzichtig met deze trainingsvorm om te gaan.
Samengevat:
· Hartfunctie.
· Snelheid, spierkracht en coördinatie.
· Melkzuurtolerantie.
· Aërobe en anaërobe energieaanmaak.



 
 

 

 

Start: December 2007 Laatst gewijzigd op: