|
Betekenis van de aërobe en anaërobe drempels |
| |
|
|
· |
Aërobe drempel:
|
| |
Onder deze drempel wordt de energiebehoefte van de
spier nog grotendeels door de aërobe stofwisseling
verwerkt.
|
| |
|
|
· |
Aëroob-anaërobe gebied:
|
| |
De energielevering in dit gebied is zowel aëroob als anaëroob.
Melkzuurvorming neemt toe naar mate er sneller gewandeld wordt. De
toename van de melkzuur kan nog grotendeels door het lichaam verwerkt
worden.
|
|
|
|
· |
Anaërobe drempel: |
| |
Voorbij deze grens zal de verzuring snel toenemen. |
| |
|
| |
|
Hoe te trainen  |
| |
|
|
· |
Het aërobe uithoudingsvermogen train je door middel van duurtrainingen
in tempo 2
(85% - 90%) en niet te lange tempo 3
(93% en
95%) trainingen.
|
| |
|
|
· |
Om de anaërobe drempel te verleggen kan er het beste net onder getraind
worden (een duurtraining lang boven deze drempel geeft een negatief
effect, dus bij niet te lange duurtrainingen in tempo 3
(93% en 95%) en extensieve interval (95% en 100%).
|
| |
|
|
· |
Om anaëroob te trainen (net op en boven de aëroob/anaëroob drempel) maak
je gebruik van de intervaltraining. Zie hiervoor: Intervaltraining.
|
| |
|
|
· |
Hartslagfrequentie: over het algemeen is de hartslag
bij de anaërobe drempel voor een getrainde wandelaar
±155
(met een variatie tussen 130 - 170 ).
|
| |
|
|
· |
De aërobe drempel hartslag is ongeveer 75% van de
anaërobe drempel. Dus iemand met een anaërobe drempel van
155 heeft aërobe hartslag van
116.
|
| |
|
| |
|
Effecten van training  |
| |
|
|
· |
Het hart functioneert beter. |
| |
|
|
· |
De longen worden groter en ademhalingsspieren krachtiger. |
| |
|
|
· |
Het aantal capillairen in de spieren
neemt toe waardoor zuurstof gemakkelijker wordt afgegeven. |
| |
|
|
· |
De spieren werken efficiënter en
verbranden gemakkelijker vet bij duurarbeid. |
| |
|
|
· |
De voorraad glycogeen neemt toe
waardoor je langer intensief kunt blijven sporten. |
| |
|
|
· |
De spieren produceren minder melkzuur,
waardoor je langer een hoog tempo aan kunt. |
| |
|
| |
|
Hersteltijd bij de verschillende trainingsvormen  |
| |
De hersteltijd is onder andere afhankelijk van de
getraindheid, trainingsleeftijd, herstelvermogen en
herstelmaatregelen.
Over het algemeen is de hersteltijd met de extra
supercompensatie bij:
|
|
· |
Duurtraining tempo 1 en 2 : 1 dag.
|
|
· |
De extra lange duurtraining: 2 dagen. |
|
· |
Duurtraining tempo 3 : 2 dagen. |
|
· |
Interval extensief : 2 dagen. |
|
· |
Interval intensief : 3 dagen. |
|
Neem daarom na een zware training de volgende dag
rust of doe een hersteltraining.
|